Spelregels

Voordat je begint met dammen, moet je natuurlijk wel de spelregels weten. Hieronder staan de belangrijkste spelregels uitgelegd.

Het dambord heeft 100 velden, 50 lichte en 50 donkere. We spelen op de donkere velden en we leggen het dambord zo, dat er linksonder een donker veld ligt.

 

 

 
De donkere velden zijn genummerd van 1 tot en met 50. Zo kun je noteren welke zetten jij en je tegenstander gedaan hebben en kun je later een partij naspelen. Een voorbeeld van een notatie van een zet is 32-28. Een witte schijf wordt dan van veld 32 naar veld 28 verschoven.  
Beide spelers hebben 20 schijven en worden op de donkere velden geplaatst zoals hiernaast. Een belangrijke regel die je moet weten voordat je begint is dat wanneer je een schijf aanraakt, je deze ook moet zetten.  
De speler met de witte schijven mag beginnen. Een schijf verplaatsen (zetten) doe je door een schijf schuin naar voren te schuiven. Een schijf mag je NIET achteruit verplaatsen. Hiernaast zie je een voorbeeld van de eerste zet van wit.  
Slaan is verplicht en doe je wanneer je over 1 schijf van je tegenstander kan springen. Hiernaast kan wit over de zwarte schijf springen en moet dus slaan. Nadat wit de zwarte schijf geslagen heeft, haalt hij de zwarte schijf van het bord en is zwart weer aan de beurt.

Klik hiernaast op de auto button om een animatie van de slag te zien.

 

Het zetten van een schijf mag alleen vooruit. Wanneer je een schijf kunt slaan mag dit zowel vooruit als achteruit. Hiernaast mag de witte schijf dus kiezen.  
Soms kun je ook meer schijven tegelijk slaan. Hiernaast kan de witte schijf over 2 zwarte schijven springen. Pas wanneer je de gehele sprong afgemaakt hebt, mag je de schijven van het bord halen. Je ziet hier ook dat je bij slaan ook van richting kan veranderen!

Klik hiernaast op de auto button om een animatie van de slag te zien.

Wanneer je meer schijven kunt slaan, kan het voorkomen dat je tijdens het slaan weer een schijf tegenkomt, die je al eerder tijdens die beurt geslagen hebt. Een schijf mag je niet twee keer slaan, dus moet je in dit voorbeeld stoppen na het slaan van de vijfde schijf en lukt het niet om de zesde schijf ook te slaan.

Klik hiernaast op de auto button om een animatie van de slag te zien.

Meerslag gaat voor. Hiernaast kan wit 1 schijf slaan (achteruit), maar hij kan er ook 2 slaan (vooruit). Omdat meerslag voor gaat, mag hij niet kiezen en moet dus de 2 schijven slaan.  
Wanneer een schijf de achterste rij haalt, wordt hij gepromoveerd tot DAM. Bij de volgende zet van wit hiernaast haalt hij de laatste rij en wordt dus een dam. Hij krijgt er een schijf bovenop om zo het verschil tussen een dam en een schijf te laten zien.
 
 
Hiernaast zie je dat wit de zwarte schijven kan slaan. Nadat hij 3 zwarte schijven geslagen heeft, heeft hij de achterste rij gehaald. Maar omdat hij nog een vierde schijf moet slaan, is zijn zet dan pas afgelopen. De witte schijf eindigt hier niet op de achterste rij en kan dus geen dam worden. Pas wanneer de zet op de laatste rij eindigt, wordt de schijf tot dam gepromoveerd.

Klik hiernaast op de auto button om een animatie van de slag te zien.

Om hier het verschil tussen een dam en een schijf duidelijk te maken hebben we er een kroontje op gezet.

Een dam mag veel meer dan een schijf. Een dam mag zowel vooruit als achteruit zetten (en natuurlijk ook slaan). Verder mag hij ook zover als mogelijk (in 1 richting) geschoven worden. In het diagram hiernaast heeft de witte dam de keuze uit maar liefst 17 mogelijkheden om naartoe te gaan, tel maar na!

Je begrijpt dat een dam hierdoor erg sterk is en elke dammer er graag 1 (of liefst nog meer) van wilt hebben.

 
Hier kun je zien hoe sterk een dam is. De zwarte schijven staan ver uit elkaar, maar toch kan die ene witte dam alle 4 zwarte schijven slaan!

Klik hiernaast op de auto button om een animatie van de slag te zien.

Eerder heb je al geleerd dat meerslag voor gaat, je niet 2x dezelfde schijf mag slaan en dat je de schijven pas van het bord mag pakken als je de hele slag hebt uitgevoerd. In dit voorbeeld zie je hoe verrassend deze 3 regels samen kunnen zijn. De witte dam moet 4 zwarte schijven slaan en moet stoppen voor de schijf die hij als eerste al een keer geslagen heeft. Pas dan mag hij de schijven die geslagen zijn van het bord pakken. Nu is zwart aan zet en de laatste zwarte schijf kan uiteindelijk de witte dam en een schijf slaan en wint alsnog.

Klik hiernaast op de auto button om een animatie van de slag te zien.

Damslag gaat NIET voor. Als je met een dam evenveel schijven kan slaan als met een schijf, dan mag je kiezen. Hier kan de witte dam 1 schijf slaan, maar de  witte schijf kan ook 1 schijf slaan. Dat is dus in beide gevallen even veel, en dus mag wit kiezen.